Winst uit het DIA-project

Van 4 februari tot 7 juli 2020 volg ik het DIA-traject (Drawing Interventions Academie). Ik wil mijn werkwijze, die nu op een trucje begint te lijken, ruilen voor een werkwijze met minder toevalstreffers en betere keuzes. Ik hoop daarbij ook de zwaartekracht los te laten en met verschillende objecten te werken.

We startten een gezamenlijk dag met tekendeelnemers en begeleiders. Deze dag ging over kijken, beeldelementen, sterke kanten en voorbeelden. Vervolgens ging ik 2 maal op atelierbezoeken bij Caren van Herwaarden, daarna 2 maal bij Dineke Blom. Ik kan nu al duiden wat dit me heeft gebracht!

Het gaat om diepgang in mijn werk. Door variaties op schetsen te maken, en door te werken op eerder werk, ontstaat diepgang. Het ‘opnieuw’ aan iets werken noem ik nu: associëren en in een nieuwe wereld brengen, het is geen straf meer. Ik blijk iedere keer andere accenten aan te brengen. Het maakt me enthousiast en biedt nieuwe mogelijkheden. Ik ken de sterke kanten in mijn werk en kan kiezen waar ik die inzet. Ik bepaal mijn eindproduct op basis van keuzen.

Het eindproduct komt nog!

Afstuderen aan de NAU

29 juni 2019 studeer ik samen met 10 andere beginnende kunstenaars af aan de Nieuwe Academie Utrecht (NAU). De afgelopen 5 jaar heb ik een eigen stijl ontwikkeld en ontdekt waarom het werken zo belangrijk voor me is. Ik kan kritisch naar mijn werk kijken en al werkend gedraag ik me als een onderzoeker. Ik laat mijn rechter hersenhelft het werk doen.

Alhoewel ik trots ben op mijn werk, wil ik me blijven verbeteren. Je kunt me volgen op deze website.

Hoe ik werk

Als je mensen in een een andere context plaatst ontstaan nieuwe verhalen. De gothic tieners, die wachten op hun lovers, verplaats ik van hartje stad naar een  onveilig dakterras; een voetballer moet spelen in een ruimteschip.

Inspiratie haal ik uit wat ik meemaak en daar zoek ik plaatjes bij, of ik maak zelf foto’s. Dan schets ik met ballpoint aan de keukentafel tot ik de juiste compositie heb gevonden. De houtskoolschets in de definitieve afmeting, vervaag ik door er gesso, een kalkmengsel, overheen te schilderen. Mijn werk kan nu nog alle kanten op.

Het materiaal dat ik gebruik laat de bedoeling van mijn werk goed uitkomen. Lijn, kleur en streek gebruik ik door elkaar, net zoals houtskool, softpastel, eitempera en acrylverf. Ook let ik op perspectief, vergroting, intentie, doorlopen van patronen en verbindingen, en welke onderdelen op moeten vallen.

Door afstand te nemen, een foto van het werk te maken en een dag later opnieuw te beoordelen, zorg ik voor afstemming van de verschillende onderdelen.

Terwijl ik werk ontstaat een verhaal, en herbeleef ik het gebeurde op verschillende manieren. Ik probeer van alles uit: de meisjes op het dak krijgen een wankel zitelement wat de spanning verhoogt; de vrouw op de stoel heeft een bobbelige huid door het gebruik van olie-pastel; de topscoorder vecht tegen Pokemons.

Ik werk door tot ik een balans vind. Als ik me verbaas over het resultaat is het vaak goed gelukt. Maar als ik geen ideeën meer heb, moet ik zorgen dat ik afrond.

Dorine Kilian, 7 mei 2019